Dick Sletering’s zoektocht naar het oorlogsverleden
...het enige wat ik wist was dat ze in het verzet hadden gezeten...

Op 4 mei vindt jaarlijks de nationale dodenherdenking plaats. Tot 1961 werden alleen de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog herdacht, maar sindsdien wordt ook stilgestaan bij alle burgers en militairen die omgekomen zijn tijdens politionele acties en vredesoperaties.

Gerardus Sletering De bekendste herdenkingsplekken zijn het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam, de Waalsdorpervlakte bij Scheveningen en het ereveld Grebbeberg in Rhenen. Ook Buitenpost kent een oorlogsmonument. Van de mensen die daar op 4 mei twee minuten stilstaan, hebben maar weinigen een persoonlijk verlies geleden. Dick Sletering is daar een uitzondering op. Zijn oom Gerard werd op 8 mei 1945 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.

In de nacht van 6 op 7 maart 1945 liggen als Duitse soldaten verklede verzetsmensen in de berm bij het gehucht Woeste Hoeve. Ze wachten tot er een Duitse vrachtwagen voorbij komt die ze in beslag kunnen nemen. Ze hebben vervoer nodig voor een grote partij vlees die ze van plan zijn te stelen. Wanneer er met zwaar geronk een auto aan komt rijden, springen ze de weg op. Helaas houden ze geen vrachtwagen aan, maar een personenauto vol Duitse militairen. Er ontstaat een vuurgevecht en ze laten iedereen voor dood achter. Een van de inzittenden leeft echter nog. Het is SS generaal Hanns Albin Rauter. De onbedoelde mislukte aanslag op zijn leven leidt tot de grootste massa-executie die er tijdens de oorlog in Nederland plaatsvindt. Als vergelding worden bijna 300 mensen gefusilleerd, waarvan 38 op de Waalsdorpervlakte. Gerardus Johannes Franciscus Sletering is een van hen.

Javaanse jongens
Gerard Sletering en zijn oudere broer Joop –de vader van Dick- werden in Tjimahi op Java geboren. “Mijn overgrootvader is indertijd geŽmigreerd naar Java waar hij trouwde met mijn overgrootmoeder, een Portugeese vrouw. Mijn opa was een KNIL-militair. Zijn zoons Joop en Gerard hadden een Javaanse moeder”, vertelt Dick. “KNIL-militairen mochten in die tijd niet met inlandse vrouwen trouwen. Toen de moeder van de jongens overleed, bracht hun vader hen tijdens zijn verlof in 1926 naar Nederland. Daar werden ze in Den Haag ondergebracht bij hun stiefmoeder Theresia Hakkert, een vrouw die ‘met de handschoen’ met hun vader getrouwd was. Vanaf die tijd zijn de jongens daar opgegroeid. De wens van opa om zijn vrouw en zoons naar Java te laten komen, werd door Theresia niet gehonoreerd. Hij nam daarom weer een Javaanse vrouw bij wie hij ook kinderen kreeg. In 1942 overleed hij, vlak voordat de Jappen voet op IndiŽ zetten.” Joop en Gerard zagen hun vader nooit weer terug.

“De jongens maakten de handelsdagschool af in Den Haag en toen brak de oorlog uit”, vertelt Dick verder. “Mijn vader was toen 25 jaar en mijn oom 24. Zoals veel Indische jongens kenden ze een sterk plichtsbesef en ze kwamen in een knokploeg tegen de Duitsers terecht. Knokploegen kregen op een gegeven moment een slechte naam. Want ze deden alles op eigen houtje en beroofden winkels. In 1944 riep prins Bernhard op structuur aan te brengen in het verzet en toen werden de Binnenlandse Strijdkrachten opgericht. Joop en Gerard gaven daar gehoor aan en sloten zich aan. Om toch aan voedsel en voedselbonnen te komen is in 1944 de Speciale Brigade ontstaan. Mijn vader werd als officier toegevoegd aan de staf van het strijdend gedeelte. Gerard zat in de uitvoerende tak.”

Dick was er nooit eerder toe gekomen om eens te kijken wat voor leven zijn vader eigenlijk had geleid. Joop Sletering stierf al in 1960 en zijn vrouw sprak daar niet over met de kinderen. “Tot ik op een gegeven moment op Google Joop Sletering intikte en op een site van Ab Judell terechtkwam. Dat was een oude verzetsvriend van mijn vader met wie hij samen na de oorlog naar Suriname is gegaan. Mijn vader was zijn broertje kwijtgeraakt en had hier niks meer te zoeken. Mijn moeder en mijn oudste broer volgden een half jaar later. Ik werd in 1950 geboren.” Joop stierf toen Dick nog maar negen jaar was. Veel herinneringen aan zijn vader heeft hij niet. “Ik was een moederskindje en eigenlijk heb ik mijn vader niet gekend. Ik kon hem geen vragen meer stellen en mijn moeder vertelde nooit wat. Na zijn sterven keerde mijn moeder met vijf kinderen terug naar Nederland. Het bizarre was dat we precies in dezelfde buurt kwamen wonen waar alles zich heeft afgespeeld. En ik hoorde daar niets over van mijn moeder. Ik wist wel dat mijn oom gefusilleerd was en ik had als tienjarig jongetje ook wel bij zijn graf gestaan. Het enige wat ik wist was dat ze in het verzet hadden gezeten. De verloofde van Gerard was naar Engeland gevlucht en ze wilde het er niet over hebben. Einde verhaal. Zij was de enige die me nog iets kon vertellen.” Als ik Dick vraag of het ook een reden heeft waarom hij zelf zo laat begonnen is met zoeken, weet hij niet een-twee-drie het antwoord. Een aanleiding was er niet totdat hij bijna een jaar geleden in contact kwam met de webmaster van de site van Ab Judell.

“Via de webmaster kwam ik in contact met mensen waarvan hun vader in de Speciale Brigade met mijn oom hadden samengewerkt. Dan gaat het balletje rollen. En voor je het weet praat je met zussen, weduwes, zonen en dochters van verzetsmensen. Van de groep zijn in de jaren ‘80 de laatsten overleden.”

Zwartboek
Dick is niet de enige die onderzoek gedaan heeft naar Kwartier B/13A van de Speciale Brigade. In 2006 brengt Frits de Boer een boek uit met de titel Een na-oorlogse moord in mei 1945. Hij beschrijft daarin het onderzoek dat hij heeft gedaan naar de moord in de Goudenregenstraat in Den Haag op zijn vader, advocaat H. de Boer. De verdenking valt al gauw op de verzetsgroep. “De groep bestond uit twaalf man, waarvan er op ťťn dag vijf wegvielen na een arrestatie”, legt Dick uit. “Er moesten spullen uit een huis gehaald worden voordat de Duitsers ze vonden. De vijf mannen, waaronder Gerard, hadden meegedaan aan een grote sigarettenroof. Het was de bedoeling om die te ruilen tegen voedsel. Toen ze het huis weer uit kwamen, werden ze opgewacht en gearresteerd. De overgebleven jongens waren verschrikkelijk kwaad en ze zijn gaan debatteren en concluderen wat er gebeurd was. De gevolgtrekking daaruit was dat er vermoedelijk verraders waren. Degene die verdacht werd van het verraad, heeft ook toegegeven dat hij voor de Duitsers heeft gewerkt. De conclusie van Frits de Boer is dat iemand van de Speciale Brigade zijn vader geliquideerd heeft omdat hij de verdachte bij het verzet had geÔntroduceerd. Overigens is H. de Boer niet de enige die na de oorlog is geliquideerd omdat hij ‘fout’ geweest zou zijn.” Het verhaal van de moord op de advocaat was ook de aanleiding voor de film Zwartboek van Paul Verhoeven, die eveneens in 2006 verscheen. Van de advocaat maakte hij een notaris en de moord laat hij gedurende in plaats van na de oorlog plaatsvinden. Verhoeven maakt ook gebruik van een ander gegeven, namelijk van een zwart schrift met aantekeningen over ‘foute’ Nederlanders dat De Boer in zijn bezit zou hebben. Dit schrift is echter nooit gevonden. De verzetsgroep komt ook in de film voor. “Je ziet in het begin een transportwagen met drie jonge jongens die fruit vervoeren’, roept Dick in herinnering.”Een daarvan stelt mijn oom voor. De vrachtwagen moet uitwijken en kantelt. Het fruit valt eraf en er komen allemaal wapens tevoorschijn. In werkelijkheid vond er in de nacht van 21 op 22 februari de al eerder genoemde actie plaats, waarbij de vijf gearresteerd werden en gevangen gezet.”

Herdenkingskruis
Het boek van Frits de Boer geeft antwoord op veel vragen die Dick had over de rol van zijn vader en oom in het verzet. Maar er stond hem nog een verrassing te wachten. “Als toenmalig militair had ik via defensie contact met de afdeling dossiers in Kerkrade. Daar mocht ik de dossiers inkijken. Toen bleek dat niet alleen mijn vader en mijn oom in het verzet hebben gezeten, maar mijn moeder en oma ook. Ik was overrompeld, want mijn moeder sprak nooit over die tijd. Mijn moeder was verpleegster in het Zuidwal ziekenhuis. Daar was in eerste instantie de verrader heengebracht na een mislukte liquidatie. Van daaruit is hij ontvoerd en alsnog geliquideerd. Had mijn moeder daar iets mee te maken? Ik kan het niet meer vragen. Ik denk ook niet dat ze antwoord had gegeven.”

De moord op advocaat De Boer krijgt nog wel een staartje. De zoektocht naar het moordwapen leidt tot in Suriname. Joop Sletering had nog een pistool in zijn bezit, dat na onderzoek in Nederland niet het moordwapen bleek te zijn.” Dick heeft nog wel vraagtekens bij dat pistool. Werd het teruggestuurd naar Joop? “Ik wist dat er op de kast in zijn slaapkamer in bruin vettig papier een cilinderrevolver lag. Als jongetje speelde ik met dat pistool dat hij als aandenken aan zijn broer meenam. En dan hebben we het wel over de jaren ’57-’59. En er in 1948 een pistool ingeleverd. De AIVD wil mij niet vertellen of dat pistool teruggegeven is aan mijn vader. Als dat niet zo is, dan vraag ik me af hoeveel pistolen mijn vader heeft meegenomen naar Suriname. Raadsels die niet op te lossen zijn.”

De doden kunnen geen antwoord meer geven op de overgebleven vragen. Gerard Sletering werd herbegraven op de erebegraafplaats in Loenen.

Dick en zijn zus bij het graf van Gerard Sletering

Joop’s graf is in Suriname. Het laatste wat Dick voor zijn vader en oom heeft gedaan, is vragen om een onderscheiding. “Toen ik in Kerkrade was, lag in het dossier van mijn oom een aanvraag voor het verzets herdenkingskruis. Niemand van de familie had het afgemaakt. Ik heb het ministerie van defensie aangeschreven en een verzoek ingediend. En wat ik voor mijn oom aangevraagd heb, vroeg ik tegelijk voor mijn vader aan. Het verzetsherdenkingskruis bleek sinds eind jaren ’80 niet meer te bestaan. Wel kwamen zij in aanmerking voor een militaire onderscheiding, namelijk het Mobilisatie Oorlogskruis. De minister heeft toegestemd en postuum de onderscheiding toegekend. Op het graf van mijn vader heb ik ook een plaquette geplaatst.” Daarmee is de zaak voor Dick afgesloten. Of het moet zijn dat Frits de Boer nog eens met hem over Kwartier B/13A wil praten. De oorlog is dan wel voorbij, maar zeker niet vergeten...