"...toneel is erg belangrijk in mijn leven geweest..."

Nyske Pol "De cirkel is rond", zegt Nyske Pol, "als kind woonde ik aan de Kuipersweg, in het huis naast het parkeerterreintje (waar toen nog het Nutsgebouw stond); later verhuisden we naar de Molenstraat. Nog weer later heb ik met Henk weer aan de Kuipersweg gewoond, hier schuin tegenover. Na een periode aan de Spil, woon ik nu tenslotte aan de Kuipersweg, alleen, Henk is er niet meer. Ik kan het oude huis aan de Molenstraat van hieruit zien. Ik ben ‘te plak’, dit is mijn Buitenpost, hier ben ik opgegroeid, hier leef ik".

"Aan de Spil kon ik het nooit goed vinden. Daar zag je geen kip. Iedereen werkte overdag. Ik niet. Ik heb eens een gedichtje geschreven over de Spil. Dat ging ongeveer zo: onze straat is altijd leeg, alleen als de containers naar buiten gaan gebeurt er iets, ik mis hier mensen. Aan de Kuipersweg zie ik altijd mensen. Ik ken velen van de mensen, die hier voorbij komen en zij kennen mij nog. Het gebeurt niet, dat ik met niemand praat. ’s Avonds laat bel ik altijd nog met een vriendin die ook alleen is. Dat is het moment waarop we elkaar even spreken. We hebben het over de meest gewone dingen en wensen elkaar welterusten". Nyske Pol is een bekende Buitenposter. Niemand, die wel eens naar de Krite-avonden geweest is, die haar niet op het toneel heeft meegemaakt. Jarenlang speelde Nyske bij de Fryske Krite, vaak de hoofdrol. Het toneelspelen komt haar uit het hart, het is haar lust en haar leven, ze kan er uren over praten. Ze zit vol herinneringen – aan het toneel en aan het dorp. "Toneelspelen zit onze familie in het bloed. Mijn ouders en zussen hebben ook op de planken gestaan. Het is erg belangrijk in mijn leven geweest. ‘k Heb er veel van geleerd. In moeilijke situaties weet ik me door bepaalde technieken staande te houden.”

Jeugd

“Mijn vader was een Groninger. We noemden hem op z’n Gronings; pappe en mijn moeder, alhoewel Fries, mamme. Onze kinderen noemen ons ook zo. Ik weet nog dat we in Visvliet woonden, in een gedeelte van het huis dat daar nu de kruidenierswinkel is. Ik was zeven toen we aan de Kuipersweg in Buitenpost kwamen wonen. De oude Kerkstraat herinner ik me goed – al die kleine winkeltjes en steegjes. Heel gezellig. Hotze de Jong had zijn winkel achter ons. Hij kwam altijd langs om de boodschappen op te nemen. Daar waren wij op gespitst, want hij had een doosje bij zich waarin, als hij dat opendeed, aan de ene kant koekjes zaten en aan de andere kant chocolaadjes. Achter glas. Wij renden naar binnen als hij eraan kwam, want dan mochten we er n uitzoeken! Mijn vader heeft zijn leven lang in de garage van Van der Meulen gewerkt. Hij was daar chef. Hij heeft ook in de gemeenteraad gezeten. Hij was een sociaal voelend mens. Hij reed op de eerste zieken-ambulance en was lid van de brandweer. Ik weet nog dat hij de eerste keer met de ambulance uitreed. Dat was naar Twijzel. Daar waren twee zusjes in de sloot geraakt. Beiden en een jongen verdronken. De hele nacht ijsbeerde hij door het huis, totaal overstuur. Mijn vader was een van de oprichters van de Protestantenbond hier in het dorp".

Schoolperiode

“Ik ben in Kollum op de ULO geweest en ik wilde het liefst – een meisjesdroom - naar de toneelschool. Daar was natuurlijk geen sprake van, want dan moest je naar Amsterdam of Maastricht. Dan maar naar de kweekschool. Maar dat kon ook niet. Ik was de oudste en mijn ouders konden dat niet betalen. Mijn beide zusjes zijn wl onderwijzeres geworden. Later hadden mijn ouders er spijt van dat het zo gegaan was. Ik heb het ze nooit kwalijk genomen, dat het zo gelopen is. Ik ging op kantoor werken. Het laatst bij Stertil in Kootstertille. Daar had ik een heel goede plek. Bij het afscheid kreeg ik maar liefst een gouden horloge (!), een staande schemerlamp, een cht schilderij en een receptie bij Vreewijk in Drachten.”

Van werk naar toneel

“Ik trouwde met Henk. In die tijd kon je niet blijven werken als je kinderen kreeg. Henk is 23 jaar raadslid geweest en vier periodes wethouder. Dat heeft hij met grote inzet gedaan. Maar ik zei wel eens: “Je kunt beter op toneel staan, dan krijg je tenminste nog eens applaus”. Hij hield van zaalvoetbal en tennissen. Dat was vaak lang napraten en laat thuis komen. Hij was vele avonden niet thuis en dat gold ook voor mij, want ik zat bij de Fryske Krite. We moesten dat goed plannen. We speelden met de Krite vaak ergens anders, soms op kleine toneeltjes –‘dr koest dy de kont net keare’ We speelden ook vaak buiten Friesland voor ‘Friezen om tens’. Zij houden van de oude sfeer: pluchen kleedjes op de tafeltjes en een Fries vlaggetje. We traden ook wel op in het Odeon Theater in Zwolle (prachtig!) en een paar keer de slotavond in de Lawei. Als ik dan ’s avonds op tijd weg moest, hadden de kinderen de pyjama’s al aan als Henk thuis kwam. Als ze mij uitzwaaiden keken ze niet altijd even vrolijk. Bij Blauwforlaet was ik dat al weer vergeten, zo vol zat ik van het spelen.”

Inleven in een rol

“Wat ik zo mooi vind aan een rol, is om er achter te komen hoe een mens in elkaar zit. Dat doe je thuis. Als ik me heel goed in mijn rol ingeleefd heb, voel ik niet dat ik hem spl. Ik heb meegedaan aan het Openluchtspel in Bergum, een belevenis! Ik kreeg de hoofdrol in het stuk ‘Het Dievenbal’. Het is machtig om samen een stuk op het toneel te zetten. Daar moet je hard voor werken, maar je krijgt er heel veel voor terug. Wij hadden een goede regisseur: Pyt van der Zee. Hij was toneel-adviseur van Friesland, later regisseur van Tryater en heel streng. Ik moest een keer de rol van dienstmeisje spelen. Als je pas op het toneel staat, heb je vaak een probleem met je handen. Je weet gewoon niet wat je daar mee moet doen. “Ga die kopjes in de kast maar afstoffen”, zei Pyt van der Zee. ‘Nee’, zei ik, ‘dat hoeft niet, die zijn niet stoffig’. “Je doet het wl”, zei van der Zee. Ik deed het. Ik moest bij de rechercheur verschijnen omdat mijn mevrouw vermoord was en ik moest zeggen: “...ik weet het niet…”. “Je moet dat zeggen met in je achterhoofd, dat je het wl weet”, zei van der Zee, “nog een keer, nee niet goed, ng een keer…”. Telkens moest ik het opnieuw doen".

Krite

We hebben 25 jaar in de ere-afdeling gespeeld. Hier in Buitenpost spelen we twee keer in november, een vrolijk stuk – daar moeten we mee ‘de boer op’ en twee keer in februari. Bij de lichte stukken komen er meer mensen en dat betekent: geld in het laatje. We spelen altijd stukken met inhoud, die soms ook wel op het repertoire van professionele gezelschappen staan. Ik wilde altijd graag een moeilijke rol, dat was voor mij een uitdaging. Na afloop is er altijd muziek en dansen. Prachtig, prachtig! Hier in Buitenpost zijn dat echte dorpsavonden. Mensen hier zien graag eigen mensen. Rients Gratama zei een keer: "Je wilt dat je buurman als rechercheur op toneel staat". Ik heb 42 jaar gespeeld. Altijd was ik van te voren zenuwachtig, maar zodra ik de schmink op had, was dat over. Vijf jaar geleden ben ik gestopt. Ik was bang dat ik op een keer mijn tekst kwijt zou zijn. Dat is wel eens gebeurd ook. Opeens wist ik niet meer wat ik moest zeggen tegen Andr. Ik liep van het toneel af om even in het boekje te zien. Later zei Andr: en wat moest k toen? Ik zei: "Maar ik kwam toch weer terug?" Nu ben ik erelid. Als ik van buitenaf het licht in de kleedkamers van The Point zie, denk ik: gelukkig, ik hoef niet meer".

Ambtenaar van de Burgerlijke Stand

“Ik doe al 15 jaar trouwerijen. Trouwen is iets anders dan toneelspelen. Trouwen is geen rol. Ik sta daar als Nyske. Toen ik de eerste keer de toga aan had en met bode Offinga door de gang liep naar de trouwzaal zei ik: “Ik loop hier achter de coulissen, u doet open en ik kom op.” Die toga was mijn toneelpak. Het hielp mij om niet zenuwachtig te zijn. Als ik mijn trouwspeech voorbereid, probeer ik mij in te leven in het bruidspaar. Dat heb ik geleerd toen ik mij moest inleven in de persoon die ik moest spelen – die moest ik goed leren kennen. Toen Henk overleed, zeiden de kinderen: mamme kan zelf de begrafenis wel doen. Ik dacht: misschien kan ik dat wel. Ik heb het gedaan – in The Point. Er waren veel mensen. Ik weet helemaal niet meer wat er om mij heen gebeurde. Ik geloof niet dat iemand echt de pijn van een ander kan voelen. Dat is niet tragisch. Je kunt alleen maar jezelf voelen. Als je om iemand huilt, huil je eigenlijk om het verdriet dat je zelf met je meedraagt.”

De Protestantenbond

“Vierendertig jaar geleden – we waren allemaal nog jong - kwamen we voor het eerst bij elkaar in het Nutsgebouw (erg jammer dat het verdwenen is) aan de Kuipersweg. Een paar van ons waren kinderen van de oprichters (waaronder mijn vader) van de Nederlandse Protestanten Bond in Buitenpost. Zij wilden graag dat ook wij eens wat vaker kwamen. We voelden daar eigenlijk niet veel voor, maar vonden het die avond wel gezellig met elkaar. We spraken af n keer in de maand bij elkaar te komen- 21 mensen, vandaar de naam Club 21. Toen het Nutsgebouw werd afgebroken, mochten we bij de door ons allen geliefde dokter Van Helden boven de garage bij elkaar komen. En sinds vele jaren komen we bij elkaar bij Roel en Trijntsje Brandenburg. Het is een fijne groep. Op de eerste bijeenkomst in september heeft iedereen ideen opgedaan: wie nodigen we uit of waar gaan we heen. De maand mei sluiten we meestal af met een fietstocht en een etentje. De laatste vijf jaar hebben we veel verdriet met elkaar moeten delen, doordat vier mensen zijn overleden, waaronder mijn Henk.”

Over Buitenpost

“Heel fijn. Het is gezellig om iedereen tegen te komen. Ik ga k naar de winkel om mensen te ontmoeten. Ik ben benieuwd of Nijenstein nu ook een trouwlokatie wordt. Het zou mooi zijn als dat gebouw een functie kreeg. Jammer dat de kerk niet meer wit is. Op oude ansichtkaarten lijkt hij zo mooi: - de lde Wite.”.